Topman OM wil nationale
politie
Er moet één nieuwe Nederlandse politieorganisatie komen. Dat
stelt topman Harm Brouwer van het Openbaar Ministerie (OM) in een opiniestuk dat
NRC Handelsblad zaterdag publiceerde.
Brouwer
vindt dat de opsporing wordt gehinderd door de versnippering van de diverse
regionale korpsen, ,,terwijl de complexiteit en schaal van criminaliteit vragen
om schaalvergroting en integraliteit. Het huidige stelsel van 26 politiekorpsen
vergt te veel tijd voor overleg, afstemming en besluitvorming.''
Brouwer wil
daarom dat er één politieconcern wordt gevormd, ,,bestaande uit landelijke
voorzieningen en maximaal tien regionale eenheden, onderverdeeld in
districten''. De Tweede Kamer ging eerder dit jaar al akkoord met de
vermindering van het aantal arrondissementen (rechtsregio's), van negentien naar
tien. Brouwer zou graag zien dat de tien regionale politie-eenheden, die elk een
korpsleider zouden krijgen, daarmee overeenkomen.
Er zou één
landelijke politiechef of -directie moeten komen, die verantwoording aflegt aan
de minister. ,,Het gezag over de politie blijft waar het de openbare orde en
veiligheid betreft bij de burgemeester en voor de rechtshandhaving bij het
OM.''
Een Nationale
Politie met een sterke regionale/lokale verbondenheid biedt grotere slagkracht,
flexibiliteit en efficiency. ,,Met dit toekomstbestendige model kan de bestaande
bewegingsruimte voor (zware) criminelen substantieel worden
ingeperkt.''
Bron: Binnenlands bestuur 23 augustus 2010
Wijkagenten meer op straat
Het uitgangspunt voor wijkagenten is dat zij 80
procent van hun tijd in of voor hun wijk actief zijn. Uit onderzoek, uitgevoerd
in opdracht van het ministerie van BZK, blijkt echter dat wijkagenten slechts 65
procent van hun tijd aan werk in of voor hun wijk besteden.
Dat zij de 80 procent niet halen komt doordat de wijkagenten
ook worden ingezet voor noodhulp en taken buiten hun eigen wijk om
roosterproblemen elders op te lossen. Daarnaast zijn ze veel tijd kwijt aan
administratief werk.
Wijkagenten zelf willen hun werk niet alleen beoordelen aan
de hand van hun tijdsbesteding in of voor hun wijk. Zij vinden het niet erg om
af en toe mee te draaien in de noodhulp en evenementen. Ook accepteren
wijkagenten dat administratief werk samenhangt met politiewerk. De wijkagenten
zijn wel bezorgd, aangezien er van veel kanten druk op de wijkagentfunctie
staat. Hierdoor komen ze te weinig toe aan het werken in de eigen
wijk.
Uit het onderzoek komen twee oplossingen naar voren om
wijkagenten méér in en voor hun wijk te laten werken:
- Vergroten van de capaciteit voor noodhulp bij de korpsen.
Dit voorkomt dat wijkagenten in de noodhulp moeten inspringen en vervolgens ook
nog eens het administratieve werk dat daaruit voortvloeit moeten doen.
- Betere administratieve ondersteuning voor wijkagenten,
zowel voor de administratieve afhandeling van het werk als voor het verzamelen
van informatie in de voorbereiding van het werk.
Minister Hirsch Ballin heeft het korpsbeheerdersberaad om
commentaar gevraagd op het onderzoek. Na de zomer volgt een beleidsreactie op
dit onderzoek, hierin wordt dit commentaar meegenomen.
- Zie voor het onderzoeksrapport en een brief aan de Tweede
Kamer Rijksoverheid.nl.
http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/politie/documenten-en-publicaties/rapporten/2010/07/15/rapport-niet-voor-de-wijk-de-tijdsbesteding-van-wijkagenten.html
Bron CCV 16 juli 2010
Nieuwe regels rond consumentenvuurwerk
Vuurwerkhandelaren kunnen met de Regeling aanwijzing consumenten- en
theatervuurwerk in de hand hun voorraden knalstrengen, enkelschotsbuizen,
Romeinse kaarsen, grondtollen en wat er verder aan vuurwerksoorten op de markt
is, gaan inspecteren.
De nieuwe
regeling van minister Huizinga van VROM stelt eisen aan de constructie en de
explosieve massa van allerhande vuurwerk. Dat gebeurde ook al in de Regeling
nadere eisen aan vuurwerk 2004, maar de nu gepubliceerde regeling vormt de
nationale invulling van de Europese Pyrorichtlijn (richtlijn nr. 2007/23/EG,
PbEU L 154).
De
Pyrorichtlijn kent de lidstaten de bevoegdheid toe om beperkingen of verboden te
formuleren ten aanzien van het vuurwerk dat aan consumenten mag worden
aangeboden. Nederland maakt hiervan gebruik in deze regeling, die een
voortzetting vormt van het vuurwerkbeleid dat al geruime tijd geldt. De eisen
ten aanzien van de hoeveelheid en het type kruit in het vuurwerk zijn vrijwel
gelijkluidend aan die uit de RNEV2004. Alleen daar waar de Europese normen
strenger zijn dan de eisen uit de Nederlands regelgeving, zijn de eisen
aangepast.
Er worden
drie categorieën vuurwerk onderscheiden. Allereerst consumentenvuurwerk, oftewel
vuurwerk dat in Nederland aan de consument mag worden aangeboden en dat de
consument in bezit mag hebben. Het besluit bevat een uitputtende lijst met
vuurwerksoorten inclusief de maximale hoeveelheid grammen aan explosieve stof
die erin aanwezig mag zijn om als consumentenvuurwerk te worden aangemerkt.
Zwaarder vuurwerk geldt als professioneel vuurwerk en is verboden voor
consumenten.
Verder is er fop en schertsvuurwerk, producten met
fantasierijke namen als knetterpellets, flitstabletten, knalerwten en de aloude
sterretjes. Dergelijk vuurwerk mag het gehele jaar worden verkocht en
afgestoken.
De derde
categorie is theatervuurwerk, waarvoor nog geen Europese normen zijn opgesteld.
Zolang die er nog niet zijn, blijven de al geldende nationale regels van het
Vuurwerkbesluit van kracht. (MvdT)
Bron: Staatscourant
Politie gaat op grotere schaal
lokfietsen inzetten
Het Centrum Fietsdiefstal heeft onlangs de eerste lokfietsen
met GPS uitgereikt aan de verschillende politieregíos die er mee gaan
proefdraaien. De regios Haaglanden, Limburg-Zuid en Gelderland-Midden waren als
eerste aan de beurt.
Steeds meer politiekorpsen maken gebruik van de lokfiets om
fietsdieven te pakken. Daarom ontstond behoefte aan een op uniforme wijze
ingebouwd GPS-systeem voor lokfietsen. Dat heeft als voordeel dat de lokfietsen
niet regiogebonden zijn. Voor een proef is nu een aantal fietsen beschikbaar
gesteld door het Centrum Fietsdiefstal.
De ervaring leert dat een lokfiets bij voorkeur een
aantrekkelijke damesfiets van een degelijk merk met een dagwaarde van meer dan
200 euro is. Die worden het meeste gestolen. Zo’n lokfiets – ook al is deze voorzien van GPS
– moet bij voorkeur met een camera
worden bewaakt vanwege de bewijsvoering. En politieregio’s die een lokfiets wil
inzetten moeten vooraf met het lokale OM afspraken maken voor een soepele
afwikkeling van de diefstalzaken, aldus beveelt het Centrum aan.
Bron: Verkeersnet 28 mei 2010
Woonplaatsvereiste voor korpschefs
Minister Hirsch Ballin
zal een “woonplaatsvereiste” voor de korpschefs van de regionale politie
invoeren. Zij moeten dan in hun eigen regio wonen, tenzij de minister
hiervoor ontheffing geeft.
Dat staat in antwoorden van minister Hirsch
Ballin op schriftelijke vragen vanuit de Tweede Kamer over toelagen en
declaraties van de top van de Nederlandse politie.
De Rijksauditdienst onderzoekt momenteel de beloningen, toelagen
en declaraties van de korpschefs en hun plaatsvervangers. Gekeken wordt
of de geldende regels zijn gevolgd. Hirsch Ballin gaat ervan uit dat
niet-rechtmatige betalingen worden teruggevorderd. Daarbij moet wel een
rol spelen welke regels golden op het moment dat afspraken over
arbeidsvoorwaarden met een (plaatsvervangend) korpschef werden gemaakt.
Bron: Ministerie van BZK
Arbeidstijdenwet
De naleving van de Arbeidstijdenwet is
een hardnekkig probleem bij de politiekorpsen. In de afgelopen tien jaar
heeft de Arbeidsinspectie maar liefst vier keer hierop geïnspecteerd. Vooral in
de executieve dienst werkt men vaak langer en hebben medewerkers onvoldoende
rust tussen twee diensten.Daarnaast neemt de omvang en ernst van
agressie en geweld tegen ambtenaren in de publieke sector toe.
Politiemensen
worden vaker bedreigd, mishandeld en beledigd. De incidenten krijgen volop
aandacht in de media en de bestrijding van agressie en geweld in de publieke
sector is speerpunt in het beleid van de minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties (BZK).De Arbeidsinspectie heeft geconstateerd
dat het (te) veel van de geselecteerde politiekorpsen ook na herhaalde
inspecties en prestatieafspraken met het ministerie van BZK nog steeds niet lukt
om de Arbeidstijdenwet voldoende na te leven. De politiekorpsen moeten - met
steun van de overkoepelende
organisaties - op korte termijn maatregelen nemen
om hun medewerkers beter te beschermen tegen te lange werktijden en te korte
rusttijden.
Ook de omgang met agressie en geweld
stond bij de politiekorpsen tot op heden onvoldoende op de agenda. De
inspecties laten zien dat de korpsen nog te weinig doen om hun medewerkers te
informeren over de risico’s en maatregelen. Het onderwerp moet worden ingebed
en geborgd in het beleid van de politiekorpsen en de nodige maatregelen
structureel in praktijk worden gebracht. Ook hier kunnen de
overkoepelende
organisaties een helpende hand bieden.Naar aanleiding van de resultaten van
de inspecties hebben het ministerie van BZK en de Raad van
Korpschefs i.o.
verbeteracties toegezegd. Zo zorgen zij voor een betere registratie van
arbeidstijden en geweldsincidenten. Er komen meer trainingen voor agenten in
communicatieve vaardigheden om escalatie bij agressie te voorkomen. En op
politiebureaus komen gescheiden ‘looplijnen’ voor arrestanten en
overige
aanwezigen in het gebouw. De achterblijvers zullen in 2011
opnieuw worden geïnspecteerd.
Den Haag, april 2010
Mr. J.A. van
den Bos
Inspecteur-generaal Ministerie