Gemeenten starten volop met strafbeschikking
Op 1 september 2010 kunnen 130 gemeenten van start met de strafbeschikking, per 1 oktober 2010 komen daar nog eens 82 bij.
De voorbereiding voor de start van dit grote aantal gemeenten is in volle gang. In verschillende voorlichtingsbijeenkomsten zijn deze gemeenten uitgebreid geïnformeerd over het werken met de strafbeschikking.
Starten op startdatum
Alle deelnemers van de bijeenkomsten hebben een informatiemap ontvangen, waarin de nodige informatie te vinden is. Als hulpmiddel voor startende gemeenten is een checklist ontwikkeld waarop de stappen ter voorbereiding staan aangegeven. Als gemeente kunt u deze checklist gebruiken als leidraad in de aanloop naar de start. Om ervoor te zorgen dat we op de startdatum uw zaken goed en vlot kunnen verwerken, verzoeken wij u de in de checklist genoemde data aan te houden. Op die manier kunnen de door uw BOA aangekondigde zaken snel leiden tot een strafbeschikking.
Tijdens de voorlichtingsbijeenkomst zijn verschillende invalshoeken op de strafbeschikking belicht. Het Openbaar Ministerie ging in op de hoofdlijnen van de OM-afdoening. De politie gaf adviezen, bijvoorbeeld over het maken van handhavingsarrangementen. Het CJIB vertelde over het aanleveren van zaken.
Verschuiven bevoegdheid BOA
Dit jaar wordt de strafbeschikking gefaseerd ingevoerd. Daarvoor maakt het CJIB gebruik van de arrondissementale indeling en voor elk arrondissement is een startdatum bepaald. Vanaf die startdatum kondigen de BOA’s in het arrondissement een strafbeschikking aan voor de zogenoemde p-feiten. De BOA’s kunnen vanaf dat moment niet meer de transactie aankondigen.
Welke zaken levert u waar aan?
De feiten genoemd in het feitenboekje zijn onderverdeeld in drie categorieën:
- Wahv-feiten
- *-feiten
- P-feiten
Wahv-feiten (ook wel Mulderfeiten) zijn herkenbaar aan de letter M in de eerste kolom in het feitenboekje. Voorbeelden zijn fout parkeren, fietsen door een voetgangersgebied en te hard rijden. De aankondiging van beschikking schrijft uw BOA uit. Hiervoor maakt hij bijvoorbeeld gebruik van de combibon of een handheld. De zaken die voor deze feiten worden uitgeschreven, levert u nog steeds aan bij politie.
*-feiten zijn feiten die onder de bevoegdheid van het OM vallen. Het betreft feiten uit het strafrecht waarvoor de BOA opsporingsbevoegd kan zijn en waarvoor hij met behulp van de combibon een kennisgeving van bekeuring uitschrijft. Voorbeelden zijn het niet voldoen aan verplichting tonen identiteitsbewijs en het plegen van baldadigheid tegen personen of goederen. In 2010 vallen deze zaken nog niet onder de werking van de OM-afdoening. Dit verandert begin 2011. Daarover wordt u nog nader geïnformeerd. Tot die tijd levert u de bonnen voor deze feiten aan bij politie.Voor de p-feiten is uw BOA (afhankelijk van zijn akte) strafbeschikkingsbevoegd. Dit betekent dat hij met de combibon de strafbeschikking aankondigt bij de verdachte. Deze feiten vallen onder het strafrecht en onder de werking van de OM-afdoening, uitgezonderd van de zaken waarin beslag zit, de verdachte minderjarig is, of de verdachte een militair is.
Van deze duizend feiten, die bekend staan als de politiestrafbeschikking, vallen er 93 onder de noemer van de bestuurlijke strafbeschikking overlast. Heeft uw gemeente nog niet voor de bestuurlijke strafbeschikking gekozen, dan kondigt hij ook voor de overlastfeiten een politiestrafbeschikking aan.
Kortom: alle zaken die onder de OM-afdoening vallen en waarvoor uw BOA de strafbeschikking aankondigt, levert u rechtstreeks aan bij het CJIB.Bron: CJIB
Verdachten krijgen meer invloed op eigen strafdossier
Verdachten die voor de strafrechter moeten komen, krijgen straks meer invloed op de samenstelling van het procesdossier. Wettelijk wordt vastgelegd dat de verdachte of zijn advocaat het openbaar ministerie kan verzoeken informatie aan het procesdossier toe te voegen. De rechter-commissaris gaat daar toezicht op houden.
Dit blijkt onder meer uit een wetsvoorstel van minister Hirsch Ballin dat voor advies naar de Raad van State is gestuurd. De bewindsman streeft naar een transparante werkwijze bij dossiervorming in strafzaken. Het dossier moet volledig zijn, voordat de zaak op zitting komt. Vooral bij verdachten die niet in voorarrest zitten is soms het procesdossier pas vlak voor de dagvaarding compleet. Verder wil Hirsch Ballin met een landelijke standaard dossiers in grootschalige onderzoeken zo verbeteren dat de stukken toegankelijker worden.
Een zorgvuldig samengesteld en compleet strafdossier bevordert een efficiënte gang van zaken op de terechtzitting en biedt mogelijkheden het opsporingsonderzoek van politie en justitie te controleren. Voor een verdachte is de inhoud van het procesdossier van groot belang voor zijn verdediging en voor zijn invloed op het verloop van het onderzoek. De nieuwe regeling komt tegemoet aan de bezwaren in de praktijk en biedt meer duidelijkheid. Het streven is om zo vroeg mogelijk - al tijdens het voorbereidend onderzoek - vast te stellen wat wel en wat niet in het dossier moet worden opgenomen.
Ook biedt het wetsvoorstel een heldere verdeling van bevoegdheden tussen de officier van justitie en de rechter, in het bijzonder de rechter-commissaris die een aantal extra taken krijgt.
Het wetsvoorstel houdt rekening met de ontwikkelingen op het gebied van het zogeheten E-dossier. De politie zal in de toekomst langs elektronische weg een proces-verbaal opmaken en verzenden en het openbaar ministerie werkt aan het elektronische strafdossier.
Bron: Ministerie van Justitie
28.04.10 De Tweede Kamer heeft de wettelijke mogelijkheden om crimineel vermogen te confisceren nog verder verruimd dan minister Hirsch Ballin van Justitie in zijn wetswijziging al van plan was. De rechter kan individuele leden van een criminele organisatie voortaan hoofdelijk aansprakelijk stellen voor de betaling van de totale ontnemingvordering. Hij is niet meer verplicht om het bedrag uit te splitsten over de verschillende verdachten. Een Kamermeerderheid stemde vorige week voor een amendement van de leden Teeven (VVD) en Van Haersma Buma (CDA) met die strekking.
Bron: SC Online ♦ 28.04.2010
Kabinet: versnelling rechtsgang door nieuwe taak hoge raad
Lagere rechters kunnen straks de Hoge Raad een rechtsvraag voorleggen over een belangrijke juridische kwestie. Dat kan in een zaak waarvan het antwoord van belang is voor talrijke andere feitelijk vergelijkbare zaken, waaronder massaschadezaken. Hiermee wordt sneller duidelijkheid verkregen over rechtsvragen die bepalend zijn voor de uitkomst van tal van procedures.
Daarbij kan het gaan over de uitleg van een nieuwe wet. De nieuwe procedure heeft alleen betrekking op civiele zaken. De ministerraad heeft op voorstel van minister Hirsch Ballin van Justitie ingestemd met een daartoe strekkend wetsvoorstel.
Het gaat om een nieuwe ontwikkeling die moet voorkomen dat zaken met grote maatschappelijke belangen zich voortslepen. Zo kan een tijdig antwoord van de Hoge Raad bijdragen aan de bereidheid van de veroorzaker van de schade om over een collectieve schikking te praten. De regeling, ook wel prejudiciële procedure genoemd, is voorgesteld door de commissie Hammerstein die adviseerde over de versterking van de cassatierechtspraak bij de Hoge Raad.
Met een snelle rechterlijke tussenkomst wil het kabinet partijen behulpzaam zijn met het zelf oplossen van hun geschil als zij er niet uitkomen. De prejudiciële procedure beperkt zich niet tot massaschadezaken. Als in vele zaken en procedures een nieuwe, nog niet beantwoorde rechtsvraag speelt, kan de Hoge Raad een oordeel geven. Dit past in de rechtsvormende taak van de Hoge Raad. Zo kan de beantwoording van een rechtsvraag richtinggevend zijn voor partijen die al over een schikking onderhandelen, maar er nog niet uit zijn. Bovendien kan een snelle reactie vele individuele procedures overbodig maken. Ook kan het tegenstrijdige uitspraken van lagere rechters in identieke zaken voorkomen.
Een prejudiciële vraag heeft vooral zin als het antwoord van betekenis is voor vele andere, vergelijkbare zaken. Bijvoorbeeld het antwoord op de vraag of en onder welke omstandigheden een beroep van een werkgever van een asbestslachtoffer op de absolute verjaringstermijn nog wel redelijk en billijk is.
Omdat de maatschappelijke behoefte aan een snel antwoord groot kan zijn, is ervoor gekozen om niet alleen de rechter in hoger beroep maar ook de rechter in eerste aanleg de bevoegdheid te geven een prejudiciële vraag te stellen. De Hoge Raad neemt een beslissing over de beantwoording van een rechtsvraag op grond van feiten die de lagere rechters hebben vermeld. Mocht dat onvoldoende zijn voor een antwoord of als veel van de relevante feiten in een zaak worden betwist, dan kan het hoogste rechtscollege afzien van beantwoording. Het is dus aan de Hoge Raad om te beslissen of een zaak zich leent voor een prejudiciële procedure en vervolgens rechtsvormend op te treden. Een voorbeeld van een zaak die zich daarvoor zou hebben geleend is de Dexia-zaak.
De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.
Meer mogelijkheden voor anonieme aangifte
De mogelijkheid om anoniem aangifte te doen wordt uitgebreid. In de nieuwe situatie kunnen slachtoffers van onder meer geweldsdelicten anoniem aangifte doen als zij gegronde redenen hebben om te vrezen voor represailles. De wettelijke mogelijkheden om de identiteit van het slachtoffer af te schermen zullen door de officier van Justitie en slachtoffers beter worden benut. De officier van justitie zal in dergelijke situaties bij de rechter-commissaris vorderen dat de personalia van het slachtoffer of de getuige in het vooronderzoek worden afgeschermd. Ook is het mogelijk om domicilie te kiezen bij de werkgever zodat de gegevens over het woonadres niet bekend worden bij de verdachte. Dat schrijft minister Hirsch Ballin (Justitie) vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.
Voor het bestrijden van agressie en geweld is een hoge aangiftebereidheid van groot belang. Slachtoffers die vrezen voor represailles zijn vaak slechts bereid aangifte te doen als hun identiteit niet bekend wordt bij de verdachte. Om die reden wil de bewindsman de mogelijkheden voor het afschermen van de identiteit en adresgegevens in het strafproces uitbreiden.
Slachtoffers die niet willen dat de gegevens van het woonadres bekend worden bij de verdachte kunnen ervoor kiezen om domicilie te kiezen bij het politiebureau of het slachtofferloket. Dat is inmiddels uitgebreid tot het adres van de werkgever zoals bijvoorbeeld het vervoersbedrijf of ziekenhuis. De werkgever kan ook aangifte doen namens de werknemer. Met deze beperkte vorm van anonimiteit neemt de vrees af voor bedreigingen aan het huisadres (‘ik weet waar je woont’). De politie is bevoegd de aangifte en de daarop te vermelden gegevens hierop aan te passen.
Voor verder gaande anonimiteit zal in de toekomst de rechter-commissaris (RC), op vordering van de officier van Justitie, toetsen in hoeverre het slachtoffer terecht moet vrezen voor represailles. Daarbij wordt gekeken naar onder meer de omstandigheden, de aard en ernst van het delict en de antecedenten van de verdachte. Als de RC van mening is dat het afschermen van de identiteit en het woonadres noodzakelijk is, zal hij de verklaring van de getuige zo vastleggen dat zijn personalia niet uit het proces-verbaal blijken. Toekenning van anonimiteit aan de getuige mag echter niet ten koste van de het recht van de verdachte om een belastende verklaring op de openbare terechtzitting te betwisten. Daarom krijgt de verdediging de mogelijkheid om de verklaring van het slachtoffer te toetsen via telehoren zodat de betrokkene niet kan worden geïdentificeerd. Het is aan de rechter op de terechtzitting om vast te stellen in hoeverre dat noodzakelijk is.
De bewindsman zal de politie en het openbaar ministerie verzoeken deze maatregelen op korte termijn te verwerken in de werkprocessen en in voorkomende gevallen het slachtoffer actief te informeren over de mogelijkheden van (beperkte) anonieme aangifte.
Aangifte doen kan ook na geweldsmisdrijf anoniem
De mogelijkheden om anoniem aangifte te doen worden verruimd. Dat heeft minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) vandaag bekendgemaakt.Tot nu toe was het alleen bij zware, georganiseerde criminaliteit mogelijk om de naam van een slachtoffer of getuige te schrappen van het proces-verbaal. Hirsch Ballin wil nu ook bij geweldsdelicten deze mogelijkheid invoeren.
In januari werd de mogelijkheid van anonieme aangiften actueel na een incident in het Universitair Medisch Centrum St Radboud in Nijmegen. Een arts en een verpleegkundige waren belaagd door twee mannen, van achttien en negentien, die op de vlucht waren voor de politie nadat zij met hun scooter een vijftigjarige voetganger hadden aangereden. De voetganger overleed in het ziekenhuis.
De Nijmeegse ziekenhuismedewerkers waren bang dat een aangifte zou leiden tot meer bedreigingen, aangezien de verdachten de namen van de slachtoffers zouden kunnen lezen op het proces-verbaal. Familieleden van een van de verdachten bedreigden later een redactiechef van de regionale krant De Gelderlander, die op het punt stond een interview met de moeder en zus van een van de verdachten te publiceren.
Een week na het Nijmeegse incident zei Hirsch Ballin in de Tweede Kamer al dat hij de mogelijkheden wilde verruimen voor ambulancepersoneel, brandweerlieden en buschauffeurs om anoniem aangifte te doen.
Afgelopen zaterdag zei voorzitter Harm van de Pas van de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende hulp Artsen in de Volkskrant dat hulpverleners aangifte zouden moeten kunnen doen onder hun burgerservicenummer. Daardoor zouden ze niet te traceren zijn voor mogelijke bedreigers, maar is wel te controleren wie ze zijn.
Nu heeft Hirsch Ballin de mogelijkheid om anoniem aangifte te doen verruimd tot alle slachtoffers en getuigen van geweldsdelicten. Deze maatregel zou moeten stimuleren dat de betrokkenen niet terugdeinzen voor het melden van een delict. Een rechter-commissaris zal toetsen of de redenen om te vrezen voor represailles gegrond zijn, aldus Hirsch Ballin.
Bron: NRC